Aanwezig op het werk, afwezig in het hoofd

Elke Geraerts
April 20, 2026

Vorige week zat ik in een vergadering waar iedereen vriendelijk was, goed voorbereid en op tijd. Er werd geknikt, geglimlacht, af en toe iets zinnigs gezegd. En toch hing er halverwege de tafel een soort leegte die ik niet meteen kon benoemen. Mensen waren er. Maar ergens ook niet helemaal.

Ik moest eraan terugdenken toen ik de nieuwste cijfers van Gallup las. Europa heeft op dit moment wel wat aan zijn hoofd. Energie, oorlog aan onze grenzen, betaalbaarheid, een economie die schokkerig aanvoelt. De mentale toestand van werkende mensen haalt zelden het openingsblok van het nieuws, en terecht zo je zou denken. En toch zit in die cijfers iets wat het opmerken waard is.

Wat de cijfers echt tonen

Slechts 12% van de Europese werknemers is écht geëngageerd op zijn werk. Bijna de helft zegt tegelijk dat het goed met hen gaat in het leven. Stress ligt zelfs onder het wereldgemiddelde. Je zou bij het eerste cijfer verwachten dat een burn-outgolf door Europa raast. Dat is het niet. Het is iets stillers. Mensen zijn aanwezig én afwezig tegelijk.

Als engagement zo laag is, hebben we de reflex om richting het individu te kijken. Mensen zouden minder gemotiveerd zijn. Minder betrokken. Minder bereid om zich te geven. Zo werkt ons brein echter niet. Een brein dat voortdurend moet schakelen tussen taken, prikkels en verwachtingen, gaat niet opeens hárder investeren. Het beschermt zichzelf, uit pure efficiëntie.

Wat ons brein zoekt, zijn signalen van betekenis, controle en vooruitgang. Als die ontbreken, gebeurt er iets subtiels: het trekt zich terug. Stilletjes, zonder drama, maar wel structureel.

Wanneer werk en welzijn uit elkaar groeien

Dat verklaart misschien ook waarom welzijn en betrokkenheid vandaag twee verschillende kanten op lopen. Mensen zijn er beter in geworden om buiten het werk voor zichzelf te zorgen. Ze bouwen herstel in. Ze halen energie uit hun privéleven. Ze organiseren hun avonden en weekends zo goed mogelijk rond wat hen oplaadt. Het werk zelf wordt ondertussen steeds vaker de plek waar je functioneert, maar veel minder de plek waar je oplaadt.

Wat je dan ziet, is geen massale uitval. Mensen halen deadlines. Ze zitten in de juiste meetings. Ze blijven aanwezig. Alleen is de mentale en emotionele verbinding met hun werk vaak gewoon niet meer zo groot. En dat is moeilijker te meten. Organisaties kijken naar output, naar aanwezigheid, naar resultaten. Zelden naar hoe sterk iemand zich nog verbonden voelt met wat hij of zij doet.

De stille terugtrekking van het brein

Die stille terugtrekking is minder zichtbaar dan een burn-out, maar haar effect is reëel. Minder betrokkenheid betekent minder creativiteit, minder initiatief, minder vermogen om mee te bewegen met verandering. In een tijd van technologische revolutie en geopolitieke schokken zijn dat net de dingen die we straks hard nodig hebben.

De logische reflex is dan om mensen opnieuw "aan te zetten". Maar als dit geen motivatieprobleem is, werkt die oefening niet. De vraag wordt eerder: hoe creëer je omstandigheden waarin het brein zelf wíl investeren? Dat begint meestal bij duidelijkheid. Bij werk dat ergens naartoe leidt. Bij het gevoel dat wat je doet, ook echt telt. Niet als leuke extra bovenop de job, maar verweven in hoe werk georganiseerd wordt.

Een onzichtbare crisis

Europa heeft vandaag grotere, zichtbaardere crises om te managen. Deze is er ook één. Alleen valt ze niet op, want iedereen is gewoon komen opdagen.

Bron: Gallup. (2026). State of the Global Workplace: The human side of the AI revolution.

OP ZOEK NAAR EEN PROGRAMMA OP MAAT?

Interested in learning more about our tailor-made well-being programmes?